Zoeken

We gaan voor gul!

Bijgewerkt op: 19 okt.

Het is november. De nachten zijn koud geworden. Vrouwen bedekken hun secundaire geslachtskenmerken, en worden minder interessant voor het mannenoog. Het is tijd om op gul te gaan! De kabeljauw (Gadus morhua) behoort net als mede lekkerbekken koolvis, schelvis, pollak, wijting en steenbolk, allemaal tot de orde der kabeljauwachtigen. In Nederland zijn in de praktijk alleen de laatste twee vanaf de kant vangbaar, de kabeljauw zelf niet meegerekend. Gezien vrijwel alle kabeljauw die we vanaf de kant vangen onder de 65 cm is, spreken we hier van Gul.

Bij ons te vangen vanaf medio oktober tot half januari. Waarna ze een maandje-anderhalf op seksvakantie gaan, om eind februari weer terug te komen. En zichzelf vangbaar te maken vanaf Hollandse stranden, havenhoofden en pieren.


Als voedselconcurrent van de zeebaars, heeft ook de gul voorkeur voor rotsachtige formaties. Zelf vis ik graag vanaf havenhoofden (ben niet echt een beachboy, zeker niet rond de jaarwisseling). Mijn uitrusting bestaat uit reguliere ‘pierenrammers’: strandstokken van 4,5 meter met een werpgewicht van 100-200 gram. De molens zijn gevuld met 50/00 schuurbestendig nylon, we vissen immers tussen de stenen. Als aas gebruiken we zeepieren, zagers of mesheften. Vooral de dikke tap is een klassieker! Wij gebruiken 1/0 tot 5/0 haak. Mijn voorkeur gaat uit naar een baitholder 5/0, dit geeft minder bijvangst. De 1/0 kan gebruikt worden om ook de (steen)wijting meer te pikken.

Meeste lieden gebruiken een jojo-onderlijn vanaf de rotsen. Zelf experimenteer ik de laatste tijd met een weegschaal-montage. Al mijn onderlijnen voorzie ik van een flinke kralenketting aan de haaklijn, ik heb de indruk dat het beter opvalt in de troebele winterse zee. Ook is het van belang de haken ruim van aas te voorzien. Ja, het aas wat we gebruiken is duur. Maar hebben we onze zinnen niet op de Winterkoning gezet?


Visgids laat zijn professionele rig zien

271 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven